hoenderdief

mannelijk (de)/ˈhundərˌdif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die kippen of ander pluimvee steelt
    In de Reinaert valt de meer geprononceerde rol van Martinet op. Hij ontsteekt een strobos, loopt naar vader, moeder en de kinderen en wekt hen, roepend dat de hoenderdief gevangen is (…).
  2. havikachtigen, verouderd (havikachtigen) (verouderd) benaming voor roofvogels uit het geslacht
    {{ouds

Etymologie

*van Middelnederlands "hoenredief", op te vatten als

Uitdrukkingen

  • wegsluipen als een hoenderdief