hoenderdief
mannelijk (de)/ˈhundərˌdif/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die kippen of ander pluimvee steeltIn de Reinaert valt de meer geprononceerde rol van Martinet op. Hij ontsteekt een strobos, loopt naar vader, moeder en de kinderen en wekt hen, roepend dat de hoenderdief gevangen is (…).
- (havikachtigen) (verouderd) benaming voor roofvogels uit het geslacht{{ouds
Etymologie
*van Middelnederlands "hoenredief", op te vatten als
Uitdrukkingen
- wegsluipen als een hoenderdief
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek