hoefbevangenheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. diergeneeskunde (diergeneeskunde) een zeer pijnlijke aandoening aan de hoeven bij paarden, voornamelijk bij de voorbenen, waarbij tussen de verbinding van hoornschoen met het hoefbeen een hoeflederontsteking van de plaatjes ontstaat
    Een te hoog fructaangehalte in het gras is een van de oorzaken van hoefbevangenheid.

Vertalingen

Engelslaminitis
DuitsHufrehe
Italiaanslaminite
Japans蹄葉炎
Turkslaminitis
Poolsochwat