hifi

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑjfɑj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. initiaalwoord, afkorting (initiaalwoord) (afkorting) hifi-installatie
  2. de geluidsklanken natuurgetrouw weergevend

Etymologie

* initiaalwoord van het Engelse high fidelity (grote getrouwheid)