hevel
mannelijk (de)/'ɦevəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) gist, zuurdeegHevel, ofte hef-deegh, Leave, or sowre dow.[http://dbnl.org/tekst/hexh001groo01_01/hexh001groo01_01_0082.php {{Aut|Henry Hexham
- een geheel met vloeistof gevulde pijp of slang waarvan het ene einde lager gehouden wordt dan de andere, waardoor vloeistof van de laatste mond naar de eerste stroomtMet een hevel kun je gemakkelijk water uit een aquarium verwijderen.
Etymologie
*[2] instrument waarmee men hevelt [1722; Ten Kate Hevel, m: Siphon; waer mede, na de eerste opzuiging de wijn of andere vogt blijft opwaerts trekken, om alzo in een ander vat over te loopen.[http://dbnl.org/tekst/kate002aenl02_01/kate002aenl02_01_0014.php Ten Kate 1722]]
Vertalingen
Engelssiphon
DuitsHeber
Spaanssifón
Italiaanssifone
Russischсифон
Koreaans사이폰
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek