heterofiel

mannelijk (de)/ˌhetəroˈfil/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. seksualiteit (seksualiteit) heteroseksueel
  2. seksualiteit (seksualiteit) heteroseksueel

Etymologie

* In de betekenis van ‘seksueel op het andere geslacht gericht’ voor het eerst aangetroffen in 1970