hernieuwen
/hɛrˈniwə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) door nieuwe kracht weer nieuw maken, nieuw leven inblazen
- (ov) renoveren
- (ov) opnieuw doen, vernieuwen, weer nieuw makenIn 781 eiste Karel de Grote dan ook dat hij naar Worms moest komen om zijn eed van trouw als vazal te hernieuwen.
Etymologie
Afleiding van nieuw en .
Vertalingen
Engelsrenew, renovate
Duitserneuern, neugestalten, erneuern
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek