hernhutter

mannelijk (de)/ˈhɛrᵊnˌhʏtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) protestant die lid is van een in 1722 in de nederzetting Herrnhut (in de Opper-Lausitz) gesticht christelijk kerkgenootschap
  2. van de hernhutters

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘lid van een christelijke sekte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1781

Vertalingen

Engelsmoravian, moravian brother