herfstwandeling

vrouwelijk (de)/ˈhɛrᵊfstˌwɑndəlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tocht die voor het genoegen te voet in het najaar wordt gemaakt
    Zondag organiseert het Borneo Architectuur Centrum Amsterdam een herfstwandeling door het Oostelijk Havengebied.
    Een koude herfstwandeling was in ieder geval niet verkeerd, hij moest zowel vanbinnen als vanbuiten afkoelen.