herdersstaf

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lange houten stok die een herder gebruikt bij het hoeden van zijn kudde
    Ze droeg een linnen bloes en een taupekleurige broek waarvan de pijpen in stevige wandelschoenen waren gestoken, en in haar rechterhand had ze een knobbelige wandelstok waarvan het handvat gekromd was, zoals bij een herdersstaf.