herderin
vrouwelijk (de)/ xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) begeleidster en bewaakster, meestal van een kudde schapen of ander vee
Etymologie
*afgeleid van herder
Vertalingen
Engelsshepherdess
Fransbergère
DuitsSchäferin
Spaanspastora
Italiaanspastorella
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek