herderin

vrouwelijk (de)/ xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) begeleidster en bewaakster, meestal van een kudde schapen of ander vee

Etymologie

*afgeleid van herder

Vertalingen

Engelsshepherdess
Fransbergère
DuitsSchäferin
Spaanspastora
Italiaanspastorella