herbouw
mannelijk (de)/ˈhɛrbɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- activiteit waardoor iets opnieuw tot stand komtDe herbouw van de brug is nog steeds niet voltooid.
Etymologie
*: "herbouwen" zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*: "herbouwen" zonder de uitgang -en