Herbergier

mannelijk (de)/hɛrbɛr'gir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die een herberg exploiteert
    De oude herbergier overleed twee weken geleden.

Etymologie

*afgeleid van herberg

Vertalingen

Engelshost, innkeeper, landlord