herberg

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɛrbɛrᵊx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. horeca, toerisme (horeca), (toerisme) eet- en overnachtingsgelegenheid die kleiner, goedkoper en eenvoudiger is dan een hotel
    Napoleon gaf de Route Nationale 7 haar naam. Hij maakte zelf ook gebruik van de weg. Zo overnachtte hij in de Auberge de la Teste Noire in Saint-Symphorien-de-Lay, net als Frans I, Rousseau en Rabelais. Het gebouw is niet meer in gebruik als herberg. In 1814 sliep Napoleon op weg naar Elba in het Relais de l'Empereur in Montélimar. Dat hotel is een paar jaar geleden gesloten. Volgens Trip Advisor stond het de laatste jaren bekend om zijn stoffige kamers, deplorabele ontvangst en gesloten restaurant.
    Hij zegt niet, dat er geen plaats was, met andere woorden, dat alles zo vol en overbezet was, dat er ook niemand meer bij kon, maar Lukas zegt: voor hen (en dat staat met nadruk voorop!) was er geen plaats in de herberg.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands herberghe van Oudnederlands " heriberga " in de betekenis "legerkamp" aangetroffen vanaf de 8e eeuw, in de betekenis "tijdelijke verblijfplaats" rond 1100 en in de betekenis van ‘logement’ aangetroffen vanaf 1220Oorspronkelijk een samenstelling van heer (leger) en bergen, dus "een plaats waar een leger geborgen wordt". Verwant met het Engelse harbour of harbor. "Heer" in de betekenis van leger vindt men ook terug in hertog (legerleider), heerweg of heirbaan (legerweg), en heerman (soldaat).

Vertalingen

Engelsinn
Fransauberge
DuitsGasthaus, Gasthof, Wirtshaus
Spaansalbergue, venta, posada
Deensværtshus