heiploeg
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- groep bouwvakkers die samen heipalen in de grond heien met een heimachinePostma: "Het heien gebeurt met rubber mantels die het geluid met de helft reduceren. In de zomer is het twee keer gebeurd dat een heiploeg uit praktische overwegingen zonder mantels werkte. Daar hebben we meteen een forse dwangsom op gezet." Het Parool PATRICK MEERSHOEK 13 OKTOBER 2016 [https://www.parool.nl/amsterdam/sneller-schadehulp-voor-omwonenden-gaasperdammerweg~a4394765/ Sneller schadehulp voor omwonenden Gaasperdammerweg]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek