heimwee

/ˈhɛimwe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sterk verlangen naar een plek die als thuis ervaren wordt
    Wegens sterke heimwee kon hun dochtertje nooit bij vriendinnetjes logeren.
    Maar je kon in Venetië niet van anachronismen spreken. De moderne tijd was een anachronisme in deze stad die op geen enkele manier was toegerust voor productiviteit, haast of nut. Hier was de tijd blijven zweven in melancholie en heimwee naar de droom van een schaduw van een rinkelend verleden.

Etymologie

* van "Heimweh", op te vatten als , in de betekenis van ‘verlangen naar geboortegrond’ voor het eerst aangetroffen in 1689

Vertalingen

Engelshomesickness
Fransmal du pays
DuitsHeimweh
Poolstęsknota