Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
heim
onzijdig (het)/hɛim/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) woonplaats, huis
- (alleen als verkleinwoord) huiskrekel, zie heimpje
Etymologie
*(erfwoord) van Middelnederlands "heim"; cognaat met "heim", "heim", "heim", "Heim", היים (hejm), "hiem", en hjem, "hem" en "home",
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek