heiligbeen
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) driehoekig beenstuk onderaan de wervelkolom bij mensen
Etymologie
* In de betekenis van ‘een bekkenbeen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1718
Vertalingen
Spaanssacro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek