heibaas
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opzichter bij een heimachineDe raadsman van Sterk, Evert Kuiters van Anker Anker, wijst al die veronderstellingen van de hand. De kraanmachinist, Hepke Beintema, met 22 jaar ervaring, en de jonge heibaas Eelco Kalsbeek, krap vijftien maanden in dienst, zijn niet anders gewend dan met één hijsgat werken.De brug hield het niet lang uit, al in 1897 moest de brug opnieuw vernieuwd worden, tijdens de werkzaamheden werd een noodbrug neergelegd. Ook nu was er oponthoud, de heiwerkers hielden in oktober 1897 een staking, de heibaas ging toen samen met enkele vrienden maar zelf aan de slag.
Vertalingen
Engelsforeman of a pile-driving gang
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek