hei

mannelijk/vrouwelijk (de)/hɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitgestrekte onbebouwde grond, vooral met heidekruid begroeide zandgrond
tussenwerpsel
  1. uitroep om iemands aandacht te trekken

Etymologie

*[C] vergelijk "hei", "hey" en "hej"

Vertalingen

Engelsheath
Fransbruyère
DuitsHeide
Spaansbrezal
Zweedshed