heelheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het niet kapot zijn; het niet verdeeld zijn
    "Als je volgeling van Jezus bent, hoef je niet eens te bidden of naar de kerk te gaan. Geloven betekent voor mij het nastreven van humaniteit, heelheid en schoonheid. Met humaniteit bedoel ik eerlijkheid, barmhartigheid en trouw, dat mensen tot hun recht komen. Heelheid is vergeving, innerlijke rust, vrede. En schoonheid staat gelijk aan creativiteit, fijngevoeligheid, mooie dingen maken. Tubantia 15-08-08 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/een-herder-met-hond-zo-ben-je-geen-predikant~a0589296/ 'Een herder met hond, zo ben je geen predikant']
    Als je contact maakt met je kern, als je in het licht stapt, kom je terecht in een gebied van eenheid en heelheid. Door contact te maken met die eenheid, kom je niet alleen thuis in jezelf, maar ook in het grote geheel. Dan voel je met alles verbonden te zijn. Dat is heerlijk.” HP de Tijd SACHA DE ROOIJ 11 DEC 2009 [https://www.hpdetijd.nl/2009-12-11/verlicht-zijn-is-niet-moeilijk/ ‘Verlicht zijn is niet moeilijk’]
    Secretaris-generaal Samuel Kobia van de raad greep terug op het programma voor vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping, dat de Wereldraad twintig jaar geleden lanceerde. Het Parool 22 AUGUSTUS 2008 [https://www.parool.nl/amsterdam/oecumenische-beweging-staat-op-kruispunt~a28652/ Oecumenische beweging staat op kruispunt]

Etymologie

* afleiding van heel