heckrund
onzijdig (het)/ˈhɛkrʏnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) koeien en stieren die zijn gefokt om zoveel mogelijk de eigenschappen van het wilde oerrund te benaderenEr zijn, ondanks alle euforie over de komst van de grote zilverreiger en de zeearend, in tien jaar tijd de nodige vogelsoorten verdwenen uit de Oostvaardersplassen, zoals paapje en kneu. Oorzaak is vermoedelijk de aanwezigheid van grote aantallen grazers, zoals grauwe gans, edelhert, konikpaard en heckrund.
Etymologie
*leenvertaling van "Heckrind", genoemd naar de Duitse zoölogen die dit dier fokten, geschreven met een kleine letter volgens
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek