hechting
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het hechten (bijv. van wonden)
- draad waarmee gehecht isAlle zwellingen waren verdwenen, maar de littekens van de hechtingen waren hier en daar nog duidelijk te zien en ze had een gezichtskleur die neigde naar groen en geel.
Etymologie
* van hechten
Vertalingen
Engelsseam, suture
Spaansadherencia, punto quirúrgico, sutura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek