hebraïst

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die Hebreeuwse taal- en letterkunde heeft gestudeerd
    Een aantal van de tweehonderd ondertekenaars van het Nashville-pamflet ken ik van de knusse Meet & Greets van het Werkverband van Queer Theologen. Die bezocht ik puur uit zakelijke overwegingen omdat ik als gediplomeerd hebraïst heb meegewerkt aan de bestseller Onder de regenboog: De bijbel queer gelezen. Het wemelt in het Goede Boek van de homofiliteiten, al dan niet latent.
    Opvallend is dat ook in christelijke kring de interesse in de kabbala groeide. De humanist en hebraïst Johannes Reuchlin (1455-1522) nam de kabbala als uitgangspunt van zijn theologische overwegingen, wat hem tot de eerste christelijke kabbalist maakte.

Etymologie

* afleiding van Hebreeuws