hebberd
mannelijk (de)/ˈhɛbərt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) (pejoratief) iemand die zijn bezit wil uitbreiden zonder aan anderen te denkenGetriggerd door het woord gratis ging ik, hebberd die ik ben, direct naar de website toe.Mickey wil hem een ton laten investeren, maar zegt vooraf dat niemand gewond zal raken, maar dat de transactie illegaal is. De hebberd antwoordt dat „wetten er zijn om gebroken te worden”.Vuur wordt vraatzuchtiger naarmate er meer brandstof is. Niets kan de hebzucht van een hebberd voorblijven.
Etymologie
*afgeleid van "hebben"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek