heao

onzijdig (het)/hejaˈo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs, geschiedenis (onderwijs) (geschiedenis) Nederlandse vorm van hoger onderwijs voor beroepen in handel en zakelijke dienstverlening, die bestond vanaf Mammoetwet (1968) tot de invoering van de bachelor-masterstelsel (2002)
    Het heao zou moeten opleiden voor leidinggevende beroepen waarvoor uitgebreide en specifieke vakkennis is vereist.
zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs, geschiedenis (onderwijs) (geschiedenis) school voor hoger onderwijs in handel en zakelijke dienstverlening
    Na de havo had Denise al direct kunnen kiezen voor de heao, maar die ambitie had ze toen niet.

Etymologie

*(letterwoord) hoger economisch en administratief onderwijs