woorden
boek
Start
›
H
›
havoër
havoër
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
onderwijs
(onderwijs) scholier die op het havo zit of iemand havo gedaan heeft
Etymologie
*afgeleid van havo
Synoniemen
havist
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← havoleerlingen
havoërs →