havezate

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhavəˌzatə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis, landbouw (geschiedenis), (landbouw) grote boerderij met land
    Een havezate is een versterkte boerderij.
  2. geschiedenis, adel (geschiedenis), (adel) ridderlijk goed of kasteel, m.n. in de toenmalige gewesten Drenthe en Overijssel

Etymologie

*afgeleid van havezaat