havenrondvaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhavə(n)ˌrɔntfart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) boottocht die weer eindigt waar hij begon om een havengebied te bezichtigen
    In Rotterdam wachtte de groep een havenrondvaart en een bezoek aan de Euromast.