havenloods

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die schepen in- en uit een haven geleidt
    De milieu-organisatie probeerde in Port Lincoln met tien mensen en twee rubberboten te voorkomen dat de havenloods aan boord van het vissersschip kon komen. De loods kon echter toch aan boord stappen en het schip, de Margiris, is de haven binnengelopen.
zelfstandig naamwoord
  1. gebouw waarin men goederen kan opslaan in een haven
    De explosie van dinsdag heeft volgens een Franse functionaris die met persbureau AFP sprak, geleid tot een krater van 43 meter diep. De ramp werd veroorzaakt door het ontploffen van 2750 ton ammoniumnitraat, een zeer explosieve stof die al zes jaar in een havenloods lag opgeslagen. Vrijdag werd duidelijk dat waarschuwingen jarenlang in de wind zijn geslagen door Libanese overheidsinstanties.
    De recherche is steeds onderzoek blijven doen naar Jillals verdwijning en kwam recent uit bij de Antwerpse havenloods.

Vertalingen

Engelsport pilot, shed