hasjiesj
mannelijk (de)/ˈhɑʃiʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (maatschappij), softdrug, bereid uit ingedikt sap van gedroogde en fijngestampte vrouwelijke hennepbloemen met een hoog gehalte aan het werkzame bestanddeel THCSomaz’ vader is gebruiker én handelaar en gaf haar op haar elfde haar eerste hasjiesj.{{ouds
Etymologie
*van (hasjiesj) "gras, hooi, hennep", aangetroffen vanaf 1596 in de schrijfwijze "assis" (zie vindplaats hieronder)
Vertalingen
Spaanscáñamo, cáñamo indio, hachich
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek