hark

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) tuingereedschap aan lange steel, met een reeks tanden aan de onderzijde
    Het verwijderen van bladafval kan met een hark, maar zorg er wel voor dat de bladeren droog zijn.[http://www.heidehoeve.com/uw-gazon/gras__-en-bladafval Gras- en bladafval], heidehoeve.com
  2. iemand die zich stijf gedraagt
    Wees niet zo'n hark en stel je eens wat flexibeler op!

Etymologie

* In de betekenis van ‘tuingereedschap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1420

Vertalingen

Engelsrake
Fransrâteau
DuitsHarke, Rechen
Spaansrastrillo
Italiaansrastrello