hapschaar

mannelijk (de)/ˈhɑp.sxaːr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) politieagent, smeris, juut

Etymologie

*Ontleend aan het Franse happe-chair "agent die dieven aanhoudt" (een samenstelling van happer "vastpakken" en chair "vlees").