hangplek

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑŋplɛk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaats in de openbare ruimte waar personen (vooral jongeren en bejaarden) rondhangen
    Gebroederlijk pakten we elkaars handen vast en liepen de trap op van de enige winkel van het dorp, die ook dienst deed als centrale hangplek voor alle hikers.