handknie
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑntkni/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- veronderstelde benaming van het gewricht halverwege de arm in het Surinaams-NederlandsEen echte uitglijder is handknie. Dat vond minister Wolf het ergste woord van het jaar 2005, en terecht. Het bestaat niet. ‘In Suriname gebruiken wij het woord elleboog’, zegt hij tegen de redactie van Onze Taal (…).
Etymologie
*, in de betekenis ‘elleboog’ aangetroffen in de Woordenlijst Nederlandse taal vanaf 2005
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek