handeling

vrouwelijk (de)/ˈhɑndəlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. datgene dat gedaan is
    Door deze handeling heb je jezelf flink in de nesten gewerkt.

Etymologie

* van handelen .

Vertalingen

Engelsact
Fransacte
DuitsHandlung, Tat, Akt
Spaansacto
Italiaansatto
Portugeesato, acto
Japans行為
Poolsczyn
Zweedshandling, dåd
Deenshandling, dåd