handbezem

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. veger waarmee men vuil op een blik kan schuiven (handbezem en vuilnisschep)
    Standhouder Gerrit Lammers uit Lochem brengt heksenbezems aan de man. ”Vliegen zonder garantie” meldt een kartonnen uithangbord. „Ze komen wel eens met een gebroken been naar beneden”, verklaart de uitbater. Zijn van berkenhout gemaakte handbezems vonden vorig jaar gretig aftrek op NaarBuiten. Daarom staat Lammers er nu weer.