hamei

mannelijk/vrouwelijk (de)/haˈmɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) hekwerk waarmee een doorgang kan worden afgesloten
    {{ouds
  2. bouwkunde (bouwkunde) draagconstructie in de vorm van een juk of poort waarop de broekbalk met het contragewicht van een val- of ophaalbrug draait
    De ophaalbrug (tegenover P. Venemakade 85) is een goed voorbeeld van een Veenkoloniale ophaalbrug of ‘klap’ met houten portaal en hamei uit omstreeks 1875.
  3. heraldiek (heraldiek) gestileerd hek in de vorm van drie horizontale balken die de zijranden van het schild niet raken
    In België voert de familie de Crane een kraanvogel, Lanchals een zwaan, Kannekens 5 lampetkannen, Horenbeke een hoorn, de la Hamaide een hamei, de Draeck een gevleugelden draak.

Etymologie

*via Middelnederlands "hameide" van "hamede"