halzen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) om de hals vallen
- (ov), (voeding) inslikken, opzwelgen, verzwelgen
- (intr), (scheepvaart) een schip over een andere boeg wenden
- (intr) zich inspannen, moeite doen voor iets
Etymologie
*afgeleid van hals
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek