halsketting

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑlskɛtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ketting als sieraad voor om de hals
    Hij gaf zijn vriendin een halsketting.
    Het was een halsketting met afwisselend grote smaragden en kleine sterrenformaties van briljanten, allemaal fonkelend alsof ze nieuw waren, hoewel het sieraad uit de vroege negentiende eeuw moest komen.
  2. een ketting voor om de hals van het vee om het vast te binden als het op stal staat
    De halskettingen voor het vee waren zoek.

Vertalingen

Spaanscollar
Deenshalskæde