halsband

/ˈhɑlzbɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een om de hals en nek gesnoerde band
    Baasje deed de hond zijn halsband om en ze gingen een stuk wandelen.
  2. bandvormige tekening in vacht of verendek van een dier in de buurt van de nek

Etymologie

* Samenstelling van hals en band.

Vertalingen

Engelscollar
DuitsHalsband