hallenkerk

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑlə(n)ˌkɛrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, religie (bouwkunde) (religie) een kerk met meerdere beuken, waarvan de zijbeuken ongeveer even hoog en soms ook even breed zijn als de middenbeuk [https://nl.wikipedia.org/wiki/Hallenkerk Wikipedia]
    In de meeste gevallen ontstond een hallenkerk door het vergroten van een basiliek of pseudobasiliek, waarbij het voormalige transept vaak werd opgenomen in de nieuwe zijbeuken. [https://nl.wikipedia.org/wiki/Hallenkerk Wikipedia]

Vertalingen

Engelshall church
Franséglise-halle, hallekerque, Hallenkirche
DuitsHallenkirche
Zweedshallkyrka