halfvleugelige
mannelijk/vrouwelijk (de)/hɑlˈvløɣələɣə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) benaming voor insecten uit de ordeRugzwemmer. Dit is een halfvleugelige, die de eigenaardige gewoonte heeft op haar rug te zwemmen
Etymologie
*: "halfvleugelig" met de uitgang -e
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek