halfuur

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening (tijdrekening) een periode van 30 minuten
    Het was in een halfuurtje voor elkaar.
    Ik bleef wel een halfuur op de stoep zitten en voelde mijn benen en armen stijf worden.
    Met een plons sprong Goldie naast me het hete water in. Goldie en Barbie hadden me binnen een halfuur al ingehaald en waren ook gearriveerd bij de rivier.