halfgeleider
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) een stof die de elektriciteit slecht of alleen in bepaalde omstandigheden geleidtVoor het proefwerk van woensdag moeten jullie ook enkele toepassingen van halfgeleiders kennen.
- (elektrotechniek) (elektronica) een elektronisch onderdeel dat is opgebouwd uit halfgeleidende materialenOm dit toestel weer aan de praat te krijgen, moet u de halfgeleider vervangen.
Vertalingen
Engelssemiconductor
Franssemi-conducteur
DuitsHalbleiter
Spaanssemiconductor
Italiaanssemiconduttore
Portugeessemicondutor
Russischполупроводник
Chinees半导体
Japans半導体
Koreaans반도체
Arabischشبه موصل
Turksyarı iletken
Poolspółprzewodniki
Zweedshalvledare
Deenshalvleder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek