hakkelaar

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die moeilijk, haperend, stotterend spreekt
    Over zijn ontmoeting met Pasternak bijvoorbeeld: 'Een bruine Buster Keaton met lange tanden, onhandig, hakkelaar maar duidelijk bewoond door het genie. Als moslim zou hij een profeet zijn.' De Standaard 07 DECEMBER 2007 OM 00:00 UUR | TOON HORSTEN [http://www.standaard.be/cnt/201kukg2 Russisch blondje]
    In het stadstuintje van Gideon Rottier, de excentrieke hakkelaar in Tom Lanoyes nieuwe roman Zuivering, strijkt op een dag een haantje neer. De ‘ultieme schoonheid’, noemt hij het dier, ‘op de borst donkerpaars en bij de flanken antracietzwart. Naar de rug en de vleugels toe werden zijn veren okerbruin en bordeauxrood.’ Hij geeft hem te eten, biedt hem de tuin als territorium, en heeft zijn haantje lief. De Standaard 29 SEPTEMBER 2017 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170928_03100833 Poetsen tot het schoon is]
  2. bijnaam voor een bekende crimineel
    Ook Johan V., alias de Hakkelaar, geldt als verdachte in dit onderzoek. V. was in de jaren 90 een berucht drugshandelaar. Vorig jaar schikte justitie met de weduwe van Cor van Hout, Sonja Holleeder (een zus van Willem). Het Parool 10 APRIL 2014 [https://www.parool.nl/binnenland/-vijfde-heinekenontvoerder-grifhorst-dood~a3633018/ 'Vijfde Heinekenontvoerder' Grifhorst dood]

Etymologie

* van hakkelen

Vertalingen

Engelsstutterer, stammerer