hagelvlaag

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bui waarin veel hagel valt en waarin het tijdelijk ook hard waait
    Met de hulp van liefst vier tempomakers werden Kilulai, Gérôme en De Keyser op basis van een eindtijd van 2u17 naar de vijftiende kilometer geloodst. Het zevenkoppige groepje werd daarbij stevig gehinderd door een zware regen- en hagelvlaag. De Standaard 24 SEPTEMBER 2002 OM 00:00 UUR | (gow) [http://www.standaard.be/cnt/dst24092002_106 Derde zege voor Gérôme]
    ,,Een man van vijftig die naar de hemel kijkt, ziet vier regenbuien, twee hagelvlagen en vijftig vliegtuigen. En wat zie jij Ahmed? ,,Ik zie duizend vogels, twaalf leeuwen en vijftig rozen. De Standaard 18 MEI 2006 [http://www.standaard.be/cnt/g64sdld7 Klein Chicago zet een clownsneus op]
    >De paasmarkt verliep in een winterse sfeer met sneeuw- en hagelvlagen. Tijd om iets warms aan te trekken dus. Jef VanDijck, een sportieve vrijgezel uit Sint-Lenaarts, ging de uitdaging aan. Organisator Jan Wulleman trok 226T-shirts over zijn hoofd. De Standaard 25 MAART 2008 [http://www.standaard.be/cnt/k61ppfqm Man draagt 227 T-shirts en breekt wereldrecord]

Vertalingen

Engelsshower of hail, hailsquall, hailstorm
DuitsHagelschauer
Zweedshagelskur