hacker
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informatica) iemand die zich onbevoegd toegang verschaft tot een computersysteemEen hacker zou de beveiliging van de computersystemen hebben gekraakt.Opgepakte hacker die bedrijven afperste, streed overdag juist tegen cybercriminelen. [https://www.parool.nl/nederland/opgepakte-hacker-die-bedrijven-afperste-streed-overdag-juist-tegen-cybercriminelen~b6492852/ www.parool.nl (24 feb 2023)]
- (informatica) iemand die geniet van de intellectuele uitdaging om op een creatieve, onorthodoxe manier aan technische beperkingen te ontsnappen
Etymologie
* van hacken
Vertalingen
Engelshacker
Franscyberpirate, hacker
DuitsHacker
Spaanshacker
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek