haarzakken
/ˈharzɑkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) ruzie zoeken, uit zijn om onenigheid
- (inerg) bedrog plegen, zich oneerlijk gedragenWat hij het liefste deed was, trukken en toeren doen met de kaarten, en hoe ge moest haarzakken om altijd te winnen.
Etymologie
*: "haarzak" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek