haarlint

onzijdig (het)/ˈharlɪnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dunne strook van textiel om een kapsel bij elkaar te binden en te versieren
    Als eerste toverde Pol uit een Champagne-emmer een haarlint van Angelica tevoorschijn. Toen ze verbijsterd naar haar lokken tastte, bleken die bij elkaar te worden gehouden met de bretels van de heer Venens.