haarlemmerolie

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌharlɛmərˈoli/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huismiddeltje dat in- en uitwendig wordt gebruikt tegen uiteenlopende kwalen, bestaand uit terpentijnolie met zwavel en kruiden
    Er zijn geen fatsoenlijke studies gedaan die de biologische relevantie van deze producten voor de mens aantonen. Toch spreken dergelijke wondermiddelen velen aan, net als haarlemmerolie vroeger.
  2. figuurlijk (figuurlijk) iets dat wordt voorgesteld als een oplossing voor een reeks problemen
    ‘Maak je geen zorgen”, suste collega Harold Hamersma, „champagne is de haarlemmerolie onder de wijnen. Het kan overal bij.”

Etymologie

*, omdat het in de 17e eeuw door de Haarlemse schoolmeester Claes Tilly werd samengesteld, geschreven met een kleine letter volgens